Top 5 meest voorkomende veiligheidsfouten bij gebruik van gassen in het lab

Hoe kunnen de risico’s op incidenten maximaal beperkt worden?
Research & Analysis
|
11 januari 2021

De meeste laboratoria hechten veel belang aan veiligheid. Desondanks komen er nog steeds incidenten voor – soms met ernstige gevolgen – die vermeden hadden kunnen worden. Hieronder een overzicht van de vijf meest voorkomende veiligheidsproblemen met betrekking tot gassen in laboratoria…

1-Veilig omgaan met gascilinders

Omwille van veiligheidsredenen kunnen gascilinders het best buiten worden bewaard, bij voorkeur in een brandveilige cilinderbox. Als er toch gascilinders binnen moeten worden opgeslagen, dient daarvoor een speciale kast te worden voorzien.

Cilinders – zeker de grotere exemplaren – laten zich niet zo gemakkelijk verplaatsen. Gebruik daarom een trolley of vraag aan de leverancier om de cilinders naar de bestemming te brengen en deze meteen ook aan te sluiten. Voorkom alleszins dat de cilinders kunnen omvallen, bijvoorbeeld door ze vast te maken met een ketting.

2-Het belang van Safety Data Sheets (SDS)

“Niet alle gassen brengen dezelfde veiligheidsrisico’s met zich mee”, verduidelijkt Werner Weterings, SHEQ Manager & DA Specialty Gases bij Air Liquide. “Gassen kunnen inert zijn, brandbaar, oxiderend, cryogeen, toxisch, CMR, corrosief of eender welke combinatie van het voorgaande. Daarom is het van groot belang dat de gebruiker vooraf de Safety Data Sheet van het gas in kwestie goed doorneemt.”

“Stel dat je een gascilinder hebt met een toxisch mengsel van zwavelwaterstof en stikstof. Vooraleer je bij zo’n cilinder de drukregelaar aan de kraan koppelt moet deze eerst worden aangesloten op een collector om het gas af te voeren van het overdrukventiel. Zoniet kan het toxische gas in het laboratorium terechtkomen. Een typisch voorbeeld van een ernstig incident dat zich kan voordoen als de SDS-instructies niet gevolgd worden.”

3-Gasdetectie ontbreekt

“Cilindergassen als stikstof en CO2 worden vaak als ongevaarlijk beschouwd, omdat ze ook in de buitenlucht voorkomen. Maar wanneer deze gassen zouden lekken in een besloten ruimte – zoals die van een lab –, kan er een levensbedreigende atmosfeer ontstaan. Daarom is het essentieel dat de nodige gasdetectieapparatuur voorzien wordt in het lab. En daar wordt in de praktijk nog wel eens tegen gezondigd”, stelt Werner Weterings.

4-Problemen rond materiaalgebruik

"Reduceerventielen zijn niet goedkoop, en daarom kan de neiging ontstaan om hetzelfde exemplaar voor meerdere gassen te gebruiken door de koppeling aan te passen. Maar dat kan slecht aflopen. “Zo hebben we een situatie meegemaakt waarbij een labmedewerker een reduceerventiel gebruikt heeft om een cilinder met waterstof aan te sluiten. Daarna heeft hij hetzelfde reduceerventiel gebruikt om een zuurstofcilinder aan te sluiten. Op het moment dat hij de kraan opendraait komt er dus zuurstof onder hoge druk in het reduceerventiel, die meteen reageert met de nog aanwezige waterstof. Gevolg: een explosie die flink wat schade heeft aangericht in het lab. De medewerker zelf is er zonder ernstige verwondingen vanaf gekomen, maar dit had ook heel anders kunnen aflopen.” Het aanpassen van hogedrukkoppelingen wordt daarom ten stelligste afgeraden.

5-Gebrekkige ventilatie

“Het komt nog regelmatig voor dat laboratoria niet over voldoende ventilatiemogelijkheden beschikken. Vooral als er gewerkt wordt met cryogene gassen of CMR-gassen (kankerverwekkende, mutagene of toxische gassen) is een goed functionerend ventilatiesysteem onontbeerlijk. Enerzijds dient het ventilatiesysteem te worden afgestemd op de flow en de gevarenclassificatie van het gas, en anderzijds moet elke werkplaats - op basis van een job hazard analyse - worden uitgerust met de juiste tools, zoals afzuigkappen en dergelijke. ”

Download hier onze whitepaper omtrent het veilig werken met gassen in het lab.

Delen