Duurzame opslag zorgt voor sterke daling CO₂-emissies

Energietransitie in hogere versnelling dankzij permanente opslag CO₂
Large Industries
|
8 februari 2021

Het opvangen en opslaan van CO2 vormt een belangrijk onderdeel van de energietransitie plannen van Air Liquide. Om CO2-opslag in de praktijk mogelijk te maken, zet de groep haar eigen technologie in en neemt ze deel aan een aantal grootschalige projecten.

“Natuurlijk moeten we er met z’n allen naar streven om zo snel mogelijk te evolueren naar een CO2-neutrale maatschappij”, stelt Tom Eikmans, Strategic Partnerships Director bij Air Liquide. “Maar zolang dat nog niet haalbaar is, doen we er goed aan om CO2-emissies – van onszelf en van andere fabrikanten – zoveel mogelijk in te perken.”

Air Liquide wil zijn carbon footprint tegen 2035 sterk reduceren. Eén van de manieren om dat voor elkaar te krijgen bestaat eruit om CO2 uit de restgassen van fabrieken te filteren. Naderhand moet de CO2 dan worden getransporteerd naar een definitieve en duurzame opslagplaats. In de meeste gevallen zal de CO2 daarbij eerst moeten worden omgezet naar een vloeibare vorm, maar er staat ook een project op stapel waarbij de CO2 in gasvorm kan getransporteerd worden.

Het CO2 afvangsysteem, CryoCap™
In 2015 heeft Air Liquide het eerste CryoCap™ opvangsysteem in gebruik genomen, in Port-Jérôme in Frankrijk. Het gaat om een unieke installatie die door middel van een cryogeen proces in staat is om de CO2 die tijdens de productie van waterstof wordt gecoproduceerd te filteren en op te vangen. Nu het duidelijk is dat de installatie ook op langere termijn betrouwbaar en efficiënt functioneert, zal de CryoCap™ technologie binnen afzienbare tijd breder uitgerold worden, te beginnen met de Air Liquide waterstoffabriek in Rozenburg in Nederland.

Carbon Capture and Storage (CCS)
Samen met andere partners, is Air Liquide vandaag actief in drie grootschalige ‘CCS’ projecten. “Elk van deze projecten is erop gericht om CO2 op te vangen en om deze daarna op te slaan. Daarnaast leveren we ook CO2 aan bedrijfstakken die het gebruiken voor de productie van dranken – denk aan spuitwater, frisdranken en bieren – en kunststoffen. Ook de tuinbouwsector neemt een hoeveelheid CO2 van ons af.”

“Maar aangezien de benodigde hoeveelheden in die industrieën eerder beperkt blijven, zijn bijkomende oplossingen nodig. Vandaar het idee om CO2 permanent op te slaan in holtes onder de zeebodem. Dat is logischer dan het op het eerste zicht lijkt, omdat het gaat over ruimtes waar eerder aardgas in gezeten heeft dat men opgepompt heeft.”

Porthos
Porthos – een letterwoord dat staat voor Port of Rotterdam CO2 Transport Hub and Offshore Storage – is een grootschalig CCS-project waarbij meerdere bedrijven in het Rotterdamse havengebied (Shell, Exxon, Air Liquide en Air Products) de CO2-uitstoot van hun fabrieken willen opvangen, om deze vervolgens op te slaan in een leeg gasveld onder de zeebodem.

Het project is een initiatief van het Havenbedrijf Rotterdam (HbR), Energie Beheer Nederland (EBN) en de Nederlandse Gasunie. Het is de bedoeling om een CO2-leiding doorheen het Rotterdamse havengebied aan te leggen die uitmondt in een opslaglocatie onder de Noordzee, zo’n 20 kilometer uit de kust. De CO2 zal worden opgeslagen in lege gasvelden die zich op 3.175 tot 3.455 meter diepte bevinden. De velden zijn bovenaan afgesloten met afdichtende lagen gesteente, zodat de CO2 er niet uit kan ontsnappen.

“Initiatieven zoals Porthos zijn een logisch gevolg van het beleid van de Europese en Nederlandse overheden, waarin bedrijven worden aangespoord om hun CO2-uitstoot zoveel mogelijk te beperken en waarbij initiatieven die het CO2 probleem helpen oplossen – zoals Porthos – worden gesubsidieerd”, verduidelijkt Tom Eikmans.

“Zoals gezegd wil Air Liquide haar CO2-uitstoot sterk gaan inperken. Porthos is één van de hefbomen die dat mee mogelijk kunnen maken. Op onze site in Rozenburg in het Rotterdamse havengebied willen we een CryoCap™ unit installeren om daarmee de CO2 op te vangen van onze waterstoffabriek.”

Op dit moment worden technische en economische studies uitgevoerd met betrekking tot het project en lopen er nog een aantal vergunningsaanvragen. Daarnaast is de SDE++ subsidieaanvraag die in november 2020 wordt ingediend van cruciaal belang, aangezien overheidssteun een belangrijke pijler is bij dergelijke projecten. Op voorwaarde dat de finale investeringsbeslissing in 2021 zal genomen worden, zou het project tegen 2024 kunnen starten met het opvangen en opslaan van CO2.

Antwerp@C
Antwerp@C vertoont belangrijke overeenkomsten met het Porthos project. In dit geval gaat het om zeven grote bedrijven in de Antwerpse haven (Air Liquide, BASF, Borealis, INEOS, ExxonMobil, Fluxys en Total) die onder leiding van Port of Antwerp een samenwerkingsovereenkomst hebben getekend om mogelijkheden te onderzoeken voor het afvangen en opslaan van CO2, alsook voor het inzetten van CO2 als grondstof voor verschillende toepassingen. De CO2-infrastructuur zou van het open access type zijn, wat betekent dat de gehele industriële gemeenschap er gebruik van zou kunnen maken.

“Het is de bedoeling om tegen 2030 de helft van de CO2-emissies in de haven af te vangen op deze manier. Daartoe moet een centrale pijpleiding worden aangelegd op de linker- en rechteroever van de Schelde en moeten de nodige installaties worden voorzien voor de behandeling van de CO2 en voor de tussentijdse opslag ervan. In België zijn er geen geschikte ondergrondse opslagmogelijkheden, en dus moet de CO2 elders worden opgeslagen. Eventueel kan dat in de lege gasvelden in Nederland of bijvoorbeeld ook in Noorwegen (Northern Lights) of in het Verenigd Koninkrijk.”

Vandaag zijn de partners bezig met het uitvoeren van gedetailleerde studies omtrent de technische en economische haalbaarheid van het project. Een belangrijk onderdeel is het voorbereiden van het subsidiedossier, want net zoals bij Porthos is een brede financiële ondersteuning vanuit de overheid onontbeerlijk.

Northern Lights
Northern Lights is een Noors project dat initieel beperkt bleef tot het decarboniseren van fabrieken in Noorwegen. Maar toen bleek dat de onderzeese opslagcapaciteit voor CO2 in de Noorse wateren aanzienlijk groter was dan nodig voor de eigen industrie, ontstond de mogelijkheid om ook anderen toegang te verlenen tot het opslagreservoir.

“Samen met onder andere HeidelbergCement, Fortum, Arcelor Mittal en Stockholm Exergi heeft Air Liquide in 2019 een overeenkomst gesloten met Northern Lights. Enerzijds om onze expertise met betrekking tot het transporteren en vloeibaar maken van CO2 aan te bieden, en anderzijds om in de toekomst eventueel gebruik te maken van de opslagcapaciteit. Want de CO2 wordt dan wel in gasvorm opgeslagen, maar het transport naar Noorwegen moet per schip gebeuren, en dus moet de CO2 vloeibaar gemaakt worden”, besluit Tom Eikmans.

Op voorwaarde dat de Noorse overheid tijdig beslist om te investeren in het project, zou Northern Lights in 2024 operationeel moeten zijn.

Delen